Wat is het nut van een meditatieweekend ?

Er bestaan veel misverstanden omtrent onze beoefening. Met onderstaande lijst doen we een poging die misverstanden uit de wereld te helpen. Dit is het tweede deel van een artikel. Deel 1 bevindt zich hier.

10 goede redenen om een sesshin te volgen (deel 2)

6. Zichzelf ontmoeten

Door onze ego-gerichte gewoontes leven wij meestal naast onszelf. Door de drukte van alle activiteiten verliezen we onze meest fundamenteel behoefte uit het oog: in harmonie treden met zichzelf. “Sesshin” betekent “zijn eigen geest raken”.

7. Waakzaamheid ontwikkelen

Zen betekent “concentratie”. Zich concentreren op één ding tegelijkertijd. Niet multitasken! Tijdens een sesshin leer je met geduld zich op één handeling per keer te concentreren en hiermee waakzaamheid te ontwikkelen. Voor zichzelf en ten aanzien van de anderen. De omgeving. Waakzaamheid is één van de poorten naar fundamenteel geluk.

8. Leren poetsen

Naast de meditatie is één van de kernactiviteiten van een sesshin, de samu. Dit zijn alle dagelijkse karweien die nodig zijn zoals koken, poetsen. Iedereen kan die activiteiten aanleren. We hebben geen specialisten nodig. In de samu kanaliseert men de energie die men verkgrijgt tijdens de meditatie in de juiste richting. Eénmaal volbracht geeft samu een grote voldoening. In de kunst van de samu ligt ook de essentie van het werk vervat.

9. Soetra’s chanten en bestuderen

Een sesshin is de gelegenheid om in contact te komen met de oude soetra’s (leerredes) van Boeddha en van de traditie. ’s Morgens na de eerste zazen reciteren we enkele van deze soetra’s. Het chanten van soetra’s is één van de kernactiviteiten van monniken en nonnen in tempels en kloosters. Ook in dit ritueel gebeuren kan men een groot bevrijding ervaren. De poëzie van deze eeuwenoude teksten (sommigen meer dan 1500 jaar oud) resoneert in ons en verwerkelijkt zich opnieuw, verandert beetje per beetje onze ego gerichte zienswijze.

10. De weg van de bevrijding beoefenen

Om te mediteren trokken Boeddha en zijn leerlingen een speciaal kleed aan: de kesa. Tijdens een sesshin concentreren we ons ook op het naaien van de kesa en van de rakusu (mini-kesa). Ook hier kan iedereen hieraan deelnemen. De kesa drukt de transformatie (van zazen) uit.

Gemaakt uit stukken stoffen die niet meer bruikbaar zijn, worden ze volgens een patroon van rijstvelden aan elkaar genaaid door middel van kleine puntjes (rijstkorrels). De kesa naaien is een grote concentratie-oefening: lichaamshouding en ademhaling zijn ook hier belangrijk.

Op die manier drukt de kesa de hoogste dimensie uit van het menselijk leven: ontwaken. Op het einde van elke ochtend zazen reciteren we samen de kesa-soetra. Daarin wordt de kesa omschreven als: kleed van de grote bevrijding, veld van onbegrensd geluk”.

Meditatieweekend van 20 tot 22 mei in Rosario: Meer info

(credit foto: Olesya Kushnarenko)

Waarom zou je aan een meditatieweekend deelnemen ?

Veel mensen herleiden een sesshin (meditatieweekend) tot intensieve meditatie, uren aan een stuk door. Tijdens een sesshin organiseren we  vier zazensessies per dag. Maar hiermee betekent een sesshin nog niet “enkel zitten op een zafu” en alle eventuele ongemakken die hieraan gebonden zijn.

Zie ook: deel 2 – wat is het nut van een meditatieweekend?

10 goede redenen om een sesshin te volgen (deel 1)

1. Rust nemen

Wanneer heb je je laatste weekend van rust genoten ? Werkelijk rust. Niet de rust van de hobbies en vrijetijdsactiviteiten die bij de meesten ook stressvol zijn? Anderzijds is het ritme van een sesshin ook niet “een zee van tijd” waarin we niets zouden doen.

Een dag uit een sesshin is goed gevuld.
Een sesshin is tijd nemen om het voorbijgaan van tijd op aandachtsvolle manier te proeven. Het is niet: door de omstandigheden geleefd te worden. Het is elk moment bewust beleven, ook de “drukke” momenten, en stabiel de rust in alle activiteiten beoefenen.

2. Zazen is meer dan rust

Mediteren, zazen (zitmeditatie) is veel meer dan rust alleen. Zazen, zegt Meester Dogen, is zich ontdoen van “lichaam-en-geest”. Het betekent afstand nemen van onze gewoontes waarin we maar al te vaak vastzitten. Het is andere gewoontes volgen en ontwikkelen. Hierbij spelen alle rituelen die de belangrijkste activiteiten van de dag omkaderen een fundamentele rol.

3. Mediteren is wijsheid ontwikkelen

We zoeken maar al te vaak wijsheid bij anderen. In hun woorden. Hun opinies. In boeken, tijdschriften, commentaarstukken van kranten, in duidingsprogramma van televisiezenders. Zazen beoefenen is kennismaken met het onderricht van Boeddha dat in de eerste plaats naar onszelf verwijst. Naar ons eigen, naturlijk, vermogen wijsheid te ontwikkelen. Vanuit zazen.

4. De ontmoeting met de Sangha: mededogen ontwikkelen

Zazen beoefen je niet alleen. De groep van beoefenaars is de sangha. Een sesshin volgen betekent dan ook (nieuwe) mensen ontmoeten. Met hen alle dagelijkse activiteiten van het leven delen. De contouren van ons ego worden hiermee minder scherp. Het verschil tussen mezelf en de andere vervaagt, men herkent zich in de anderen en de anderen herkennen zich in mezelf. Hiermee wordt de natuurlijke neiging die tot mededogen in ieder sluimert, versterkt.

5. Het onderricht van Boeddha volgen

Een sesshin volgen is helemaal in contact komen met het onderricht van Boeddha. Hoe leven? Hoe bewegen? Hoe praten? Hoe aandachtsvol zijn? Het onderricht van Boeddha drukt zich niet alleen uit tijdens de kusen, het mondelinge onderricht tijdens zazen, maar verschijnt in alle fenomenen van de dag (dharma’s). Het dharma van Boeddha is geen abstracte filosofie maar een concrete handleiding, tastbaar en “gaat door merg en been” voor wie zich hiervoor openstelt.

6. Zichzelf ontmoeten

Door onze ego-gerichte gewoontes leven wij meestal naast onszelf. Door de drukte van alle activiteiten verliezen we onze meest fundamenteel behoefte uit het oog: in harmonie treden met zichzelf. “Sesshin” betekent “zijn eigen geest raken”.

7. Waakzaamheid ontwikkelen

Zen betekent “concentratie”. Zich concentreren op één ding tegelijkertijd. Niet multitasken! Tijdens een sesshin leer je met geduld zich op één handeling per keer te concentreren en hiermee waakzaamheid te ontwikkelen. Voor zichzelf en ten aanzien van de anderen. De omgeving. Waakzaamheid is één van de poorten naar fundamenteel geluk.

8. Leren poetsen

Naast de meditatie is één van de kernactiviteiten van een sesshin, de samu. Dit zijn alle dagelijkse karweien die nodig zijn zoals koken, poetsen. Iedereen kan die activiteiten aanleren. We hebben geen specialisten nodig. In de samu kanaliseert men de energie die men verkgrijgt tijdens de meditatie in de juiste richting. Eénmaal volbracht geeft samu een grote voldoening. In de kunst van de samu ligt ook de essentie van het werk vervat.

9. Soetra’s chanten en bestuderen

Een sesshin is de gelegenheid om in contact te komen met de oude soetra’s (leerredes) van Boeddha en van de traditie. ’s Morgens na de eerste zazen reciteren we enkele van deze soetra’s. Het chanten van soetra’s is één van de kernactiviteiten van monniken en nonnen in tempels en kloosters. Ook in dit ritueel gebeuren kan men een groot bevrijding ervaren. De poëzie van deze eeuwenoude teksten (sommigen meer dan 1500 jaar oud) resoneert in ons en verwerkelijkt zich opnieuw, verandert beetje per beetje onze ego gerichte zienswijze.

10. De weg van de bevrijding beoefenen

Om te mediteren trokken Boeddha en zijn leerlingen een speciaal kleed aan: de kesa. Tijdens een sesshin concentreren we ons ook op het naaien van de kesa en van de rakusu (mini-kesa). Ook hier kan iedereen hieraan deelnemen. De kesa drukt de transformatie (van zazen) uit.

Gemaakt uit stukken stoffen die niet meer bruikbaar zijn, worden ze volgens een patroon van rijstvelden aan elkaar genaaid door middel van kleine puntjes (rijstkorrels). De kesa naaien is een grote concentratie-oefening: lichaamshouding en ademhaling zijn ook hier belangrijk.

Op die manier drukt de kesa de hoogste dimensie uit van het menselijk leven: ontwaken. Op het einde van elke ochtend zazen reciteren we samen de kesa-soetra. Daarin wordt de kesa omschreven als: kleed van de grote bevrijding, veld van onbegrensd geluk”.

 

 

Waakzaamheid

Concentratie is geen waakzaamheid

Veel mensen verwarren concentratie met waakzaamheid. Ook onder de zen-beoefenaars.

In zen hoort men vaak spreken over concentratie. “Concentreer je goed!” is een veelgebruikte zin van het mondeling onderricht (de kusen) tijdens de meditatie (zazen). Concentratie is het vermogen zijn geest te focussen op het bereiken van één doel. Sportmensen concentreren zich buitengewoon goed. Maar ook muzikanten, managers, acteurs, koorddansers of soldaten in de vuurlinies moeten hierover kunnen beschikken. Dieven en misdadigers beschikken ook over een sterk ontwikkeld concentratievermogen!

Het gaat hierbij om zich helemaal op één activiteit toe te leggen met al de mentale en fysische capaciteiten waarover men beschikt om een bepaalde handeling tot een goed einde te brengen. Overal waar een prestatie dient neergezet te worden, is er sprake van concentratie. Het gaat dus om het bundelen van alle mentale en fysische energie in het brandpunt van een “aandacht-in-actie”.

Dit is niet de “concentratie” van de meditatie.

In zazen gaat het om een soort concentratie die ik liever waakzaamheid noem. Waakzaamheid is de capaciteit zich niet te laten verstrooien. De geest niet te laten dwalen bij de minste verschijning van mentale beelden, alert te blijven en de dingen te zien.

Natuurlijk is er in het begin van zazen een vorm van eerstgenoemde bundeling van aandacht nodig om de juiste handelingen te verrichten (met het linkerbeen binnengaan, gassho, buigen enz.) om de juiste houding aan te nemen, om zich te focussen op zijn ademhaling enz.

Eenmaal dat stadium voorbij dient dan de waakzaamheid het van de concentratie over te nemen.

Waakzaamheid is een mengeling van concentratie en observatie tegelijkertijd. Je moet in staat zijn jezelf te observeren: zien wat er verschijnt, op elk ogenblik. De gedachten, de gewaarwordingen, de indrukken zien op het moment dat ze verschijnen.

Dit is de basisoefening die de Boeddha aan zijn leerlingen onderrichtte en die uitvoerig aan bod komt in de beroemde Ānāpānasati-Sutra

Wat is er te zien?

Waakzaamheid, alertheid, observatie, aandacht. Maar wat valt er feitelijk te zien?

Twee zaken volgens het onderricht van de Boeddha.

Ten eerste: de onbestendigheid van alle dingen.

Alles in het leven is onderhevig aan verandering. Niets blijft hetzelfde op elk moment. Het lijkt ons dat de objecten rondom ons niet veranderen. Het lijkt ons dat wijzelf niet veranderen. Maar dat is louter het gevolg van een constructie van de geest! Om met de gigantische stroom aan stimuli die de zintuigen naar het brein sturen overweg te kunnen, bouwt het brein zijn eigen “stabiele” omgeving op waarin onze ervaring van de wereld zich voltrekt. Wellicht gebeurt dit uit een soort overlevingsinstinct. Indien we voor de minste verandering in onze omgeving (of in onszelf) absolute alertheid aan de dag moeten leggen, zouden we reeds na een paar minuten uitgeput in elkaar stuiken.

Met de werking van ons brein is echter niets mis. Het probleem is dat we, via onze vormingsproces, onze opvoeding, ons manier van denken, die constructie van de geest voor de echte wereld, voor de realiteit zijn beginnen aanzien. Velen zien niets anders meer dan het theater van de realiteit – met zijn vastomlijnde personages en voorspelbare situaties die het brein gecreëerd heeft! Boeddha noemde dat de fundamentele onwetendheid, bron van alle frustraties, pijn en ontevredenheid (in het Pali, dukkha).

Het doel van de beoefening

Hiermee belanden we bij het tweede aspect dat geobserveerd dient te worden en met de onbestendigheid helemaal verbonden is: de onderlinge afhankelijkheid van alle verschijnselen.

Niets bestaat op zich. Hoe graag we dat ook zouden willen: niets in ons én niets buiten ons heeft een substantiële eigenheid. We zouden zo graag enige vastheid willen toekennen aan de constructie van de imaginaire wereld die we met moeite opgebouwd hebben! Maar er is niets dan één grote samenloop van een oneindig aantal verschijnselen die met elkaar dansen, op elkaar inwerken, elkaar beïnvloeden, elkaar creëren en elkaar vernietigen.

Het ontbreken van enige substantiële eigenheid in ons en in alle verschijnselen wordt in het boeddhisme leegheid genoemd  (in het Sanskriet: Sunyata).

Waakzaamheid in zazen betekent die twee fundamentele aspecten – de onbestendigheid en de afwezigheid van een substantiële kern – van het leven onder ogen zien. Hiervoor alert blijven. Het betekent ook met die twee aspecten leren omgaan! Enkel begrijpen is niet voldoende. We dienen ons dagelijks leven zo goed en zo kwaad mogelijk hierop af te stemmen om beter in harmonie te treden met onze omgeving en met de anderen.

Dat is uiteindelijk “het doel” van de beoefening.

4585620602_b69695ef59_o

© HCastelli

Boeddha als landbouwer

Monniken en nonnen dragen de kesa om zazen te beoefenen. De kesa is het meditatiekleed van de Boeddha.

Het tweede vers van de Kesa-sutra luidt als volgt:

Muso fuku den e

Vertaald: Kesa van het veld van onbegrensd geluk.

Waarom wordt dat kleed met een veld vergeleken?


 

In de soetra Saṃyutta-Nikāya 7.11 lezen we het volgend verhaal:

Op een dag verbleef Boeddha in Magadha. In die tijd – het was zaaitijd – had de brahmaan Boer Bhāradvāja vijfhonderd ploegen aangespannen.

Toen dan kleedde de Verhevene zich vroeg in de morgen aan, nam bedelnap en mantel en ging naar de plaats waar de brahmaan Boer Bhāradvāja aan het werk was.

Op dat moment was deze maaltijden aan het verstrekken.

Toen dan ging de Verhevene naar de plaats waar de voedselverdeling plaatsvond en stelde zich terzijde op.

Boer Bhāradvāja nu zag de Verhevene daar staan in afwachting van een aalmoes. Daarop sprak hij het volgende tot hem: ‘Ik, asceet, ploeg en zaai en daarna eet ik. Ook jij, asceet, zou moeten ploegen en zaaien en daarna pas eten!’

‘Ook ik, brahmaan, ploeg en zaai en na geploegd en gezaaid te hebben, eet ik.’

‘Maar wij zien noch juk noch ploeg noch ploegschaar noch prikstok noch ossen bij de heer Gotama (…).

Je beweert een landbouwer te zijn,
maar wij zien je veldwerk niet.
Vertel ons eens wat over je veldwerk.
Hoe kunnen wij het leren kennen?’

De Verhevene:

‘ Vertrouwen is het zaad, ascese de regen,
onderscheidend inzicht is mijn juk en ploeg,
ingetogenheid is de dissel, de geest het tuig,
aandacht is mijn ploegschaar en prikstok.

Waakzaam in mijn woorden en daden,
beheerst bij het vullen van mijn maag
gebruik ik de waarheid om te wieden
en zachtmoedigheid om uit te spannen.

Energie is mijn ingespannen os,
die mij na gedane arbeid rust brengt.
Zij gaat zonder ooit nog terug te keren
naar de plaats waar geen verdriet meer is.

Aldus wordt dit veldwerk gedaan.
Doodloosheid is de vrucht ervan.
Na dit veldwerk verricht te hebben
wordt men bevrijd van alle lijden. ‘

Eet, heer Gotama, u bent inderdaad een boer, daar u veldwerk verricht dat als vrucht de doodloosheid heeft!

Boer Bhāradvāja sloot zich dan aan bij de gemeenschap (sangha) van de Boeddha en werd één van zijn volgelingen.


 

Bron: De Verzameling van thematisch geordende leerredes – deel 1, p.284-285. Vertaling van Jan de Breet & Rob Janssen (Asoka)

Doen wat je moet doen

Een monnik vroeg aan Meester Seigen Gyoshi: Welk doel had Bodhidharma om van India naar China te gaan?

Seigen Gyoshi antwoordde: Hij handelde zoals hij was.

De monnik vroeg: Kunt U mij nog eens antwoorden zoals U juist deed in woorden die ik kan begrijpen?

Seigen Gyoshi zei: Kom hier!

De monnik naderde zijn meester.

Seigen Gyoshi zei: Herinner je dit altijd!

10e koan uit Shinji Shobogenzo – Dogen

De vraag van de monnik is een klassieke koan. Het gaat om de vraag naar het uiteindelijke doel van de beoefening. Waarom beoefenen we eigenlijk? Met welk doel is de Indiaanse monnik Bodhidharma uit de 6e eeuw van India naar China gegaan?

Bodhidharma had géén plan, geen missie! Door specifieke omstandigheden die enkel op hem van toepassing waren, op dat moment en op die plaats, ondernam hij de (in die tijd gevaarlijke) reis naar China en vestigde hij zich op de Berg van het Berenoor in het Sung gebergte waar de Shaolin tempel gevestigd was om er zazen te beoefenen. Na verloop van tijd kwamen leerlingen naar hem toe om samen met hem te beoefenen. Uiteindelijk wordt Bodhidharma herdacht als de eerste patriarch van het Chinees Boeddhisme, de Chan.

Dat is het antwoord van Seigen Gyoshi: Bodhidharma deed niets anders dan hetgeen hij moest doen. Toch begrijpt de monnik het antwoord niet. Wellicht had hij zo’n eenvoudig antwoord op zo’n diepzinnige, klassieke vraag niet verwacht!

We zijn als die monnik. We denken meestal dat er nobele bedoelingen, motieven moeten zijn voor de beoefening. Er moet wel iets “hogers” zijn, iets “ideaals”, iets “moois” en “ongrijpbaars”, misschien wel iets “heiligs”…

Seigen Gyoshi laat zijn leerlingen ontwaken uit zijn droom door hem eenvoudig te vragen dichterbij te komen. Terwijl de monnik nadert onderricht hij hem: vergeet dat nooit!

Het stappen. Enkel dat. De leraar naderen.

Vergeet de abstracties, de concepten, de filosofie en doe wat je moet doen op het moment dat je het moet doen. Op elk moment van de dag.

Dat en niets anders is het “doel” van onze beoefening. Daarom vertrok Bodhidharma naar het Oosten (China).