De kunst van het loslaten

Multitasking herleiden tot één

Zitten is zitten. Ademhalen is ademhalen. Stappen is stappen.

Voor elk fundamenteel menselijk handelen kunnen we hetzelfde zeggen. Het klinkt als de logica zelf. Het klinkt zelfs een beetje als een soort nietszeggende tautologie: wat hebben wij hiermee gezegd?

Wel, dat wij, mensen, het daar moeilijk mee hebben.

Dit ondervond ik recent tijdens zazen. We hebben de neiging om altijd “iets te doen”. Dit wil zeggen iets te creëren, iets toe te voegen aan het reeds bestaande. We stellen ons niet tevreden met wat is. Zonder meer. Onze geest werkt precies omgekeerd: door de cultuur en onze opvoeding heeft hij zich bekwaam in de kunst van de multitasking: verschillende dingen tegelijkertijd uitvoeren.

Terwijl we eten denken we over afgelopen gebeurtenissen of simuleren we toekomstige gebeurtenissen, speculeren we hoe de zaken zullen lopen. Terwijl we achter het stuur zitten gebeurt hetzelfde. Elk van onze dagelijkse handelingen die repetitief uitgevoerd worden is een gelegenheid om toch “iets anders te doen”. We functioneren op automatisch piloot en de “vrijgekomen plaats” in onze geest benutten we voor iets anders. Het is precies alsof we de leegte die we daar menen te ervaren willen opvullen met iets anders. Hetgeen we hebben, hetgeen we bereiken, hetgeen we bezitten of hetgeen we zijn, is vroeg of laat “nooit (goed) genoeg”… Een gemis doet zich gevoelen dat op zijn beurt een verlangen naar iets anders voedt…

Je zou hiertegen kunnen inbrengen dat veel routinematige handelingen het niet nodig hebben om met volle aandacht te worden uitgevoerd. Fietsen of stappen bijvoorbeeld. Het is niet nodig om zich op elk afzonderlijk detail ervan bewust te concentreren. Integendeel: je riskeert binnen de kortste keer te vallen indien je dat wél zou doen. Fietsen, stappen is een aangeleerde handeling die je best als één geheel uitvoert zonder daarbij bewust na te denken. Natuurlijk is het nodig dat we ons hierin nog blijven concentreren, dat men zich bij het fietsen moet toeleggen op de weg, de manier waarop we sturen, een bocht nemen, en vooral ook de omgeving, alles wat op je kan afkomen, anticiperen op mogelijke gevaren. Dat is de kunst van het fietsen. De kunst van het sturen. Maar de handeling van het fietsen zelf is op zich één ondeelbaar geheel die het niet nodig heeft “mindfull” uitgevoerd te worden.

Verder zijn er zelfs een aantal handelingen die we gerust zonder na te denken kunnen overlaten aan het primitieve deel van onze hersenen zonder dat we hierin bewust hoeven tussen te komen: ademhalen is zoiets. Het gebeurt voor 99% zonder bewuste sturing. Maar af en toe ademen we “met aandacht” in en uit. Tijdens zazen bijvoorbeeld… En dan zijn er nog een reeks lichamelijke functies die we helemaal niet bewust kunnen controleren: bloedsomloop, vertering, temperatuurregeling enz…

Om terug te keren tot die routinematige handelingen: doe ze gewoon. Maar voeg er niets aan toe. Stel je tevreden met wat is.

Een hele kunst.

Waarom is ‘zen’ een vorm van Boeddhisme?

Enkele vaststellingen

Eerste vaststelling: tik het woord ‘zen’ in Google in. Ga naar ‘Afbeeldingen’. Het resultaat is ongeveer zoals hierboven te zien: mooi ogende prentjes van waterdauw op grassprietjes, gepolijste stenen, sierlijk geharkte kiezels, ‘mediterende’ kikkers met olijke ogen,  een strak tuinhuis, mensen in yogahoudingen tegenover een woeste zee …

Tweede vaststelling:  het woord ‘zen’ heeft ingang gevonden in ons dagelijks taalgebruik. Zelfs in merk- en plaatsnamen. In Halle alleen al zijn er drie plaatsen die het woord in hun naam dragen: een tearoom, een wellnesscenter waar je deugddoende massages en huidverzorging kunt krijgen en een dojo waar we zazen beoefenen. In Brussel is er zelfs een modieuze kapperszaak op ‘den avenue Louise’ .

Een vraag: Wat is het gemeenschappelijk punt tussen al die ‘zennen’?

Of liever: Welke past niet in het rijtje?

Ik weet natuurlijk niet waarom die fotografen hun creaties de stempel ‘zen’ hebben gegeven en ik weet niet wat de eigenaars van de voornoemde zaken precies begrijpen met ‘zen’. Ik kan alleen maar gissen: wellicht iets in de stijl van rustgevende foto’s of foto’s die rust uitstralen … En voor de plaatsen: een plaats waar het aangenaam vertoeven is. Een plaats waar men tot rust kan komen. Een plaats die mooi is.

Maar al die eigenschappen gelden ook voor onze zendojo! Dus moeten we op bovenstaande vraag negatief antwoorden: ze passen allemaal in het rijtje!

Toch nog iets anders?

Sinds zijn introductie een goede veertig jaar geleden is het woord ‘zen’ in ons dagelijks taalgebruik helemaal geïntegreerd. In de dikke Van Dale lees ik het volgende: “Zen, Zenboeddhisme, in Japan tot ontwikkeling gekomen vorm van het boeddhisme met veel nadruk op de meditatie: de Tuinen van Zen.”

We kennen waardevolle eigenschappen toe aan het woord: rust, harmonie, sereniteit, schoonheid, eenvoud, ‘een klare lijn’: allemaal deugden waar de meesten van ons graag bij ‘wegdromen’. We associëren het woord ook met prachtige zentuinen, met sobere interieurarchitectuur, met eenvoud, met licht – in de twee betekenissen van ‘zichtbaar licht’ en ‘licht in gewicht’ … We zouden allemaal graag een leven leiden dat subtiel beheerst wordt door al die eigenschappen. We wensen allemaal een leven met meer zalige ademruimte te midden van ons druk gesticulerend bestaan vol lawaai en turbulenties.

‘Zen’ is een Japans woord. Het teken: 禪 is een vertaling van het Chinees begrip ‘tchan’, dat op zijn beurt een vertaling is van het Sanskriet woord ‘dyana’. Al die begrippen doelen op hetzelfde: concentratie, meditatieve aandacht. Die woorden duiden op de meditatieoefeningen van de monniken die de leer van Boeddha beoefenden: in lotushouding zitten op een kussentje, met rechte rug, zich concentrerend op de ademhaling en alles wat in de gedachten verschijnt loslatend.

In wezen was het dat wat de historische Boeddha al realiseerde 2500 jaar terug in Noord-Oost-India en onder die omstandigheden kwam hij tot verlichting.

Zen is dus de beoefening van Boeddha en na hem van vele mannen en vrouwen die hetzelfde experiment hebben uitgeprobeerd. En tot hetzelfde resultaat zijn gekomen: een fundamenteel inzicht in de stof waaruit het leven is gemaakt.

Waouw!

Hoe ordinair!

Dat het woord vandaag zowel op het reclamepaneel van een kapperszaak prijkt als op de deur van een dojo (plaats waar men de weg van Boeddha beoefent) wordt door velen als een soort ‘zonde’ beschouwd; als het voorbeeld bij uitstek van het sterk reducerend vermogen van de menselijke geest waarmee we er doorgaans in slagen alles wat van ‘waarde’ is in te palmen om er iets ordinairs en laag bij de grond van te maken.

Maar zen heeft niets hoogs of verhevens. Zen heeft niets ordinairs. Zen is niet meer of minder waardevol dan bijvoorbeeld ’s morgens zijn gezicht wassen en zijn haar kammen …

Zen is zen. Punt uit. De tautologie is dat van het leven zelf: niets meer en niets minder dan dat: ‘er-in-de-wereld-zijn’ in zijn meest naakte vorm. Zoals een dauwdruppel op een grasspriet. Of een vogelkak op een rozenblaadje. Om maar iets te noemen.

Vanuit het standpunt van de kosmische orde, zien we immers hetzelfde.

Dat is boeddhisme: alles van het leven zien vanuit een breed standpunt. Dat is zen.

Ook in de kapperszaak. Waarom is ‘zen’ een vorm van boeddhisme? En waarom is dat belangrijk om te weten?

Een uitweg

Veel mensen leven vandaag in een crisissituatie. Er is de economische crisis, de schuldencrisis van de overheden, de bankencrisis, de eurocrisis, de Griekse crisis … Er is misschien ook een familiale crisis die om de hoek loert, een echtscheiding, een breuk … En dan zijn er de fatale ontsporingen, de blinde ongelukken waar we de logica niet van begrijpen. Voor veel mensen zijn het moeilijke tijden.

Het diep besef van dukha heeft Siddharta tot inkeer gebracht: hij zag in dat het leven – hoe goed je het ook hebt – in essentie onbevredigend is. Dat heeft hem op de weg naar de verlichting gebracht: Siddharta werd uiteindelijk Boeddha. Hij kwam tot het volmaakte en totale inzicht hoe het leven werkelijk georganiseerd is.

Vergis je echter niet, boeddhisme is geen fatalisme! De beoefening bestaat er precies in te leren leven te midden van alle crisissen.

Ik hoor wel eens mensen zeggen: “Ik zal wel zazen beoefenen wanneer ik het beter zal hebben, wanneer ik over meer tijd of over meer middelen zal beschikken; of wanneer ik me beter zal voelen, of wanneer mijn gezondheid het me zal toelaten, wanneer ik geen zorgen meer zal hebben.” Samengevat: wanneer de obstakels zullen verdwenen zijn. Geloof me: de kans dat dat moment er ooit komt, is nihil.

Als zenbeoefenaars moeten wij ons de crisis eigen maken. De crisis is geen fenomeen dat zich buiten ons bevindt. De crisis zit in ons. Overal waar er een onderscheid wordt gemaakt tussen ik en de rest, is er crisis. Overal waar we ons laten leiden door ego-gerichte standpunten, opinies, gedragingen en doelstellingen, is er crisis. Overal waar er een verschil is tussen ons dagelijks leven en de essentie van ons leven, is er crisis.

Er is crisis omdat we het zo moeilijk hebben om de dingen te zien zoals ze zijn.

Zazen beoefenen is de weg hier naartoe: het is opnieuw leren zien vanuit het standpunt van Boeddha, vanuit het standpunt van de verlichting. Juist beoefend is de Weg die Boeddha onderwees, de bevrijding uit onze eigen beperkte inzichten.

Het is als de zwaartekracht: het is precies omdat er zwaartekracht is dat je je kunt oprichten naar de hemel toe (iets wat je in zazen kunt ervaren). Een oud gezegde zegt: “De aarde waarop je valt, is dezelfde aarde waarop je kunt steunen om terug recht te komen.”

Konrad Kosan Maquestieau

Beeldverslag van onze sesshin in Rosario

28 mensen kwamen uit alle hoeken van België  naar Halle om samen met Sengyo en de dojo van Halle een meditatieweekend door te brengen. De zon was niet van de partij maar ze straalde des te meer in de ogen van iederéén. In de schitterende omgeving Rosario in het Pajottenland volgden de zazens elkaar op. Het leven wordt terug  eenvoudig : eten in stilte, aandacht voor elkaar, volledig aanwezig zijn in alles wat we doen.  Enkel het huidige moment. Een beeldverslag met foto’s van Cathy Vanleene!

 


Bestaan in één slok warme thee

Rohatsu betekent de achtste van de twaalfde maand. Op deze dag wordt in alle zenboeddhistische kloosters wereldwijd het ontwaken van Boeddha herdacht.

De wereld in de tijd van Boeddha was niet anders dan de wereld nu. Ook toen sloeg de waanzin toe en was er verwarring in de hoofden van de mensen. Boeddha verliet zijn familie, paleis, rijkdom en alle affectie die hem omringde om de oorzaak van het existentialistisch lijden van de mens te ontdekken. Hij zat zes jaren onder de bodhiboom met de vastberadenheid niet op te staan vooraleer hij de oplossing ontdekte voor het lijden van de mens. Volgens de legende weefden spinnen hun web in zijn wenkbrauwen en maakten de vogels  hun nest op zijn hoofd. De invloed van zijn lange en stille zitmeditatie is vandaag 2506 jaar later nog altijd tastbaar.

Een rohatsu-sesshin duurt traditioneel een week.

De eerste dag van mijn sabbatjaar

Op weg naar Kanshoji op de eerste dag van mijn sabbatjaar om er zes dagen te gaan zitten. Gisteren nog voor mijn PC om de laatste restjes door te geven aan mijn vervanger, vandaag reis ik in het gezelschap van twee monniken richting zuiden. Na de storm van gisteren schittert de zon aan de hemel. Mijn sabbatiek jaar begint onder een goed gesternte.

De volgende dag worden we gewekt om 4.30. Een jonge beoefenaar rent door de gebouwen en zwaait met een ouderwetse metalen bel. Het is enige persoon in een klooster die zich al lopend verplaatst. De mensen vertonen hier een natuurlijke elegantie wanneer ze zich van de ene plaats naar de andere begeven. De boeddhistische beoefening gaat direct door je lijf.

Ik ben blij dat ik zelf nooit heb moeten doen, die wekdienst. Ik ben niet echt wat men een ochtendmens noemt. Het al lopend aanhoren van x aantal decibels om 4uur 30 lijkt me een nachtmerrie. Maar we zijn in een klooster en dat zet je wereld soms op zijn kop: wat je niet kan of dacht niet te kunnen, kun je dan plots wel.

We krijgen 10 minuten om ons te wassen, om te kleden en in de dojo te zijn. Je springt best direct uit je bed bij het horen van de eerste schrale tonen van de bel die langzaam dichterbij komt. En het lukt, het brengt je onmiddellijk in het hier en nu, geen seconde twijfel of tijd om aan je uiterlijk te prutsen. Het doet er niet toe: het is toch donker en we zitten naar de muur gekeerd.

Je stapt door de stilte en de geheimzinnigheid van de nacht over de houten gaanderijen naar je plaats in de dojo. Krak – krak – krak – ik hoor enkel het geschuifel van mijn voeten. Het is één van mijn geliefkoosde momenten. Waarom? Misschien geeft de stilte van de nacht me een vredig gevoel. Of is er iets anders? Er moet wel iets zijn, in alle spirituele tradities staat de wekker altijd en overal op zeer vroeg.

Ik doe mijn best om niet als laatste toe te komen in de meditatieruimte. Het is me al een paar keer overkomen en het geeft me het gevoel van te laat te zijn.

Je hele bestaan in één slok warme thee

Een heerlijk moment volgt dan na de eerste zazens. We gaan in het donker van de nacht in processie en in stilte naar de eetzaal waar we allemaal samen een soort aftreksel van zeewier en zoute Japanse pruim drinken. Je voelt de vloeistof zo door je lichaam vloeien en het doet heel veel deugd. Het is een zo intens moment omdat het samen, in stilte en in volledige concentratie gebeurd. Puur genieten van het één zijn. Alles bestaat op dat moment in één slok warme thee. Van de eetzaal gaat het dan weer naar de meditatieruimte, dag in dag uit, naar de volgende zazen of naar de eetzaal en terug.

De tijdsindeling van een rohatsu is heel strikt en je hebt geen vrije tijd. Op die manier blijf je volledig geconcentreerd op je taken. De periodes zazen worden afgewisseld met samu (handenarbeid). Je hoeft je dus op geen enkel moment druk te maken of na te denken over wat je al dan niet gaat doen. Gewoon de stroom volgen en het maakt heel wat energie vrij.

Wat maakt deze sesshin zo speciaal?

Deze sesshin is anders dan de andere omdat er meer stilte is en er veel meer gemediteerd wordt. Ik had nog nooit  zes dagen lang zoveel uren per dag in zazen met gekruiste benen op de grond gezeten. En het doet iets met een mens. Je kan stil blijven zitten dank zij de energie van de anderen die samen met jou hetzelfde doen. Het brengt stilte in je geest en meer dan dat. Het is als “muziek zonder tonen gespeeld op de fluit zonder gaten”. ( cit gedicht Michel Bovay)

En wat nu?

Een rohatsu en jaren oefening helpen je een beetje vooruit en laten je proeven van de grote stilte. De kunst is deze stilte van de geest verder te zetten in het dagelijks leven en hier en nu aanwezig te zijn in elke seconde van ons bestaan. Dan wordt elke dag, elke plaats, elke minuut als “bestaan in één slok warme thee”.

[button color=blue ]Meer info op www.annemiesabatiek.be[/button]