Wat is wijsheid voor een zenboeddhist? – deel 2

Wat is wijsheid voor een zenboeddhist? – deel 2

Los van het zwart/wit denken

Ik merk dat mensen soms nood hebben aan een soort houvast om hun beoefening te evalueren om te “weten” waar ze zich precies bevinden op de weg die leidt van illusie naar ontwaken of van illusie naar wijsheid.

Het grootste probleem dat we hierbij ondervinden, is dat we zo moeilijk in slagen uit dat fundamenteel dualistisch denken te treden: we stellen constant de illusie tegenover het ontwaken, het relatieve tegenover het absolute. We zien de zaken meestal zwart of wit: het ene of het andere.

Meester Tozan heeft in zijn gedicht “Hokyo zanmai” een vers gewijd aan die problematiek. Hij stelt de verhouding tussen het relatieve en het absolute als een “vijf fasen model”. Het gaat bij hem meer om evenwicht dan louter om tegenstellingen. Hij gebruikt de woorden “het schijnbare” (letterlijk betekent de kanji hen – “het schuine”) waarmee hij de relatieve dimensie aanduidt en het “reëele” (letterlijk betekent de kanji sho “het rechte”) voor de absolute dimensie.

In de eerste fase ontdekt de persoon, buiten zijn illusies om, de Dharma, het ontwaken, het absolute. Hij vangt er een glimp van op. Ik geloof dat dat iedereen overkomt. Anders zouden we hier (in de dojo) niet zijn. Trouwens mensen die met de beoefening pas beginnen hebben wellicht ook zulke ervaring gehad. Als ze voor het eerst naar de dojo komen, hebben ze reeds “iets” van het ontwaken opgevangen of op zijn minste als puur mogelijkheid ervaren: anders zouden ze niet zijn gekomen.

In de tweede fase: je hebt het ontwaken “opgemerkt” en wellicht zelfs “ervaren” maar je voelt nu dat je eigen illusies je in de weg staan. Je beschouwt je illusies en de beperkte dimensie van ons leven als een obstakel om het ontwaken te beoefenen. Je wilt niets liever dan al deze illusies uit de weg te ruimen, uit te zuiveren om er voorgoed af te zijn!

Fase één en fase twee zijn elkaars tegenpolen: je switch van het ene naar het andere. Die sterke tegenstelling wordt als relatief pijnlijk ervaren door de beoefenaar.

Het kantelmoment voorbij de tegenstellingen

De derde fase is het kantelmoment waarover Meester Tozan spreekt in de “Hokyo Zanmai”. Het is een moment van evenwicht. Je hebt het “ontwaken” én je hebt “de illusies” die elkaars tegenpolen zijn maar die elkaar nu in evenwicht houden. Op dat moment voel je de illusies niet meer als obstakels aan voor je beoefening! Maar als integrerend deel van het leven. En je identificeert jezelf er niet meer mee. Om het spiegel-symbool van Meester Tozan te gebruiken: je bent niet de illusies (de reflectie in de spiegel) die je ziet, maar die illusies zijn wel degelijk jou!

Waarmee ik ook niet wil zeggen dat men zijn illusies moet onderhouden en ontwikkelen. Maar de twee aspecten leven naast elkaar niet tegen elkaar. Illusies zijn geen onafwendbare mokerslagen van het noodlot om ons uit te dagen of op de proef te stellen, maar zijn de uitdrukking zelf van het ego en alles wat beperkt is in ons leven. Dat inzien en accepteren is niet eenvoudig. Op zich is die fase al een ver gevorderd stadium op het pad van de wijsheid want in deze fase bevindt je je voorbij de dualiteit illusie/ontwaken. Je ziet ze niet meer als tegengesteld maar als elkaars spiegelbeeld. Het vergt veel wijsheid en mededogen ten aanzien van zichzelf!

De vierde fase is: de illusies zijn nu weg. Dat is misschien een geruststelling, maar besef goed dat hiermee tegelijkertijd de wijsheid ook weg is! Alles is weg. Meester Taisen Deshimaru en Roland Yuno Rech gebruiken vaak het beeld van het ijs: de illusies zijn te vergelijken met een blok ijs. Het ontwaken is water dat helemaal uit die vaste toestand bevrijd is. Hoe meer ijs, hoe meer water! Dus in de fase waarbij er geen ijs meer is, krijg je ook geen water meer… Als er geen illusies meer zijn, verdwijnt tegelijkertijd de wijsheid. In tegenstelling tot wat men zou kunnen denken betekent die fase dus geen zaligmakende rust. Zoals vaak gezegd wordt in zen: zazen is niet de rust zoeken door de drukte te vermijden (door zich bv. af te zonderen), maar in de drukte de rust bewaren.

De vijfde en laatste fase volgens Meester Tozan: de absolute dimensie en de relatieve dimensie gaan helemaal in elkaar over. De illusies gaan over in het ontwaken: ze worden één geheel. Hetgeen in ons leven beperkt is en als ellendig ervaren wordt en de onbeperkte, bevrijde dimensie gaan bij elkaar naar binnen. We zouden kunnen zeggen: het ego en de ego-loosheid versmelten met elkaar. Ze heffen elkaar op en geen enkel spoor (noch van het ene noch van het andere) blijft over…

Roland Rech detecteert in die fase terecht ook de terugkeer naar de wereld van het dagelijks leven om de mensen te helpen. Daarin ligt het werk van de bodhisattva. Dankzij het samengaan van het absolute met het relatieve kun je daadwerkelijk standvastig in de wereld staan en wat je doet wordt een hulp voor de anderen op hun eigen pad naar het ontwaken.

Een model als hulp voor de beoefening.

Let wel: dit “model” vormt geen systeem waarbij je van stap één naar stap vijf gaat volgens een rechtlijnig parcours! Het is eerder een dynamisch geheel waarbij je de fases verschillende keren doorloopt en volgens willekeurige “volgorde”. Je bent in constante verandering! Meester Tozan maakt gebruik van vijf verschillende hexagrammen uit de “I Ching” om zijn gedachtegang te illustreren (1). Deze verwijzing naar de “I ching” is niet vreemd daar dit orakelboek (dat pre-boeddhistisch is en door de tijdgenoten van Meester Tozan goed gekend en veelvuldig gebruikt werd) voor de Chinezen de constante evolutie van alles wat zich afspeelt “op de aarde en in de hemel” weergeeft.

Het is belangrijk om die dynamiek goed te onderkennen! Fase vijf is niet hét doel. Fase één is niet enkel aan beginnelingen besteed… Nogmaals: het is géén lineaire evolutie! Als beoefening voor ons is dat model interessant in ons leerproces van de zelfobservatie: detecteren in welke fase we ons bevinden en de (constante) veranderingen en variaties leren detecteren!

Het is dan ook weer niet nodig om zich hierop suf te piekeren en zich angstig af te vragen “in welke ‘goede’ fase bevind ik eigenlijk mij nu?” Er is geen ‘goede’ of ‘slechte’ fase! Wel integendeel! Het belangrijkste voor mij is dat dit “vijf fasen model” een krachtig middel om uit het dualistisch denken te treden dat ons zo sterk in de greep houdt. Dit helpt ons wijsheid én mededogen te ontwikkelen. Wat uiteindelijk de bedoeling van onze beoefening is. Zo gaan we onze situatie tegenover de anderen en ook tegenover onszelf voelen (zien) evolueren en voelen (zien) veranderen.

(Herwerkte tekst naar een teisho – Dharmatoespraak – in de dojo op 25 maart 2018)

Zie ook deel 1.


(1) Deze zijn:

Iching-hexagram-57het herhaald wind-trigram  (Het zachtmoedige, nr. 57),

 

 

Iching-hexagram-58het herhaald meer-trigram (Het blijmoedige, nr. 58),

 

 

Iching-hexagram-28het wind-meer hexamgram (Het Overwicht van het Grote, nr. 28)

 

 

Iching-hexagram-61het meer-wind hexagram (Innerlijke Waarheid, nr. 61)

 

 

Iching-hexagram-30en het herhaald vuur-trigram (Het Zich-Hechtende, nr. 30) .

 

 

Een volledige ontwikkeling van deze verwijzingen zou ons hier te ver voeren. Ik geef ze mee ter illustratie en vervollediging van Meester Tozan’s “vijf-fasen model”. Het is bovendien interessant te zien hoe de Oosterse culturen visuele symbolen gebruiken om complexe begrippen uit te beelden .

Categorie: Blog , home , Konrad , Nieuw
Tag: , , , ,