Wat is wijsheid voor een zenboeddhist? – deel 2

Los van het zwart/wit denken

Ik merk dat mensen soms nood hebben aan een soort houvast om hun beoefening te evalueren om te “weten” waar ze zich precies bevinden op de weg die leidt van illusie naar ontwaken of van illusie naar wijsheid.

Het grootste probleem dat we hierbij ondervinden, is dat we zo moeilijk in slagen uit dat fundamenteel dualistisch denken te treden: we stellen constant de illusie tegenover het ontwaken, het relatieve tegenover het absolute. We zien de zaken meestal zwart of wit: het ene of het andere.

Meester Tozan heeft in zijn gedicht “Hokyo zanmai” een vers gewijd aan die problematiek. Hij stelt de verhouding tussen het relatieve en het absolute als een “vijf fasen model”. Het gaat bij hem meer om evenwicht dan louter om tegenstellingen. Hij gebruikt de woorden “het schijnbare” (letterlijk betekent de kanji hen – “het schuine”) waarmee hij de relatieve dimensie aanduidt en het “reëele” (letterlijk betekent de kanji sho “het rechte”) voor de absolute dimensie.

In de eerste fase ontdekt de persoon, buiten zijn illusies om, de Dharma, het ontwaken, het absolute. Hij vangt er een glimp van op. Ik geloof dat dat iedereen overkomt. Anders zouden we hier (in de dojo) niet zijn. Trouwens mensen die met de beoefening pas beginnen hebben wellicht ook zulke ervaring gehad. Als ze voor het eerst naar de dojo komen, hebben ze reeds “iets” van het ontwaken opgevangen of op zijn minste als puur mogelijkheid ervaren: anders zouden ze niet zijn gekomen.

In de tweede fase: je hebt het ontwaken “opgemerkt” en wellicht zelfs “ervaren” maar je voelt nu dat je eigen illusies je in de weg staan. Je beschouwt je illusies en de beperkte dimensie van ons leven als een obstakel om het ontwaken te beoefenen. Je wilt niets liever dan al deze illusies uit de weg te ruimen, uit te zuiveren om er voorgoed af te zijn!

Fase één en fase twee zijn elkaars tegenpolen: je switch van het ene naar het andere. Die sterke tegenstelling wordt als relatief pijnlijk ervaren door de beoefenaar.

Het kantelmoment voorbij de tegenstellingen

De derde fase is het kantelmoment waarover Meester Tozan spreekt in de “Hokyo Zanmai”. Het is een moment van evenwicht. Je hebt het “ontwaken” én je hebt “de illusies” die elkaars tegenpolen zijn maar die elkaar nu in evenwicht houden. Op dat moment voel je de illusies niet meer als obstakels aan voor je beoefening! Maar als integrerend deel van het leven. En je identificeert jezelf er niet meer mee. Om het spiegel-symbool van Meester Tozan te gebruiken: je bent niet de illusies (de reflectie in de spiegel) die je ziet, maar die illusies zijn wel degelijk jou!

Waarmee ik ook niet wil zeggen dat men zijn illusies moet onderhouden en ontwikkelen. Maar de twee aspecten leven naast elkaar niet tegen elkaar. Illusies zijn geen onafwendbare mokerslagen van het noodlot om ons uit te dagen of op de proef te stellen, maar zijn de uitdrukking zelf van het ego en alles wat beperkt is in ons leven. Dat inzien en accepteren is niet eenvoudig. Op zich is die fase al een ver gevorderd stadium op het pad van de wijsheid want in deze fase bevindt je je voorbij de dualiteit illusie/ontwaken. Je ziet ze niet meer als tegengesteld maar als elkaars spiegelbeeld. Het vergt veel wijsheid en mededogen ten aanzien van zichzelf!

De vierde fase is: de illusies zijn nu weg. Dat is misschien een geruststelling, maar besef goed dat hiermee tegelijkertijd de wijsheid ook weg is! Alles is weg. Meester Taisen Deshimaru en Roland Yuno Rech gebruiken vaak het beeld van het ijs: de illusies zijn te vergelijken met een blok ijs. Het ontwaken is water dat helemaal uit die vaste toestand bevrijd is. Hoe meer ijs, hoe meer water! Dus in de fase waarbij er geen ijs meer is, krijg je ook geen water meer… Als er geen illusies meer zijn, verdwijnt tegelijkertijd de wijsheid. In tegenstelling tot wat men zou kunnen denken betekent die fase dus geen zaligmakende rust. Zoals vaak gezegd wordt in zen: zazen is niet de rust zoeken door de drukte te vermijden (door zich bv. af te zonderen), maar in de drukte de rust bewaren.

De vijfde en laatste fase volgens Meester Tozan: de absolute dimensie en de relatieve dimensie gaan helemaal in elkaar over. De illusies gaan over in het ontwaken: ze worden één geheel. Hetgeen in ons leven beperkt is en als ellendig ervaren wordt en de onbeperkte, bevrijde dimensie gaan bij elkaar naar binnen. We zouden kunnen zeggen: het ego en de ego-loosheid versmelten met elkaar. Ze heffen elkaar op en geen enkel spoor (noch van het ene noch van het andere) blijft over…

Roland Rech detecteert in die fase terecht ook de terugkeer naar de wereld van het dagelijks leven om de mensen te helpen. Daarin ligt het werk van de bodhisattva. Dankzij het samengaan van het absolute met het relatieve kun je daadwerkelijk standvastig in de wereld staan en wat je doet wordt een hulp voor de anderen op hun eigen pad naar het ontwaken.

Een model als hulp voor de beoefening.

Let wel: dit “model” vormt geen systeem waarbij je van stap één naar stap vijf gaat volgens een rechtlijnig parcours! Het is eerder een dynamisch geheel waarbij je de fases verschillende keren doorloopt en volgens willekeurige “volgorde”. Je bent in constante verandering! Meester Tozan maakt gebruik van vijf verschillende hexagrammen uit de “I Ching” om zijn gedachtegang te illustreren (1). Deze verwijzing naar de “I ching” is niet vreemd daar dit orakelboek (dat pre-boeddhistisch is en door de tijdgenoten van Meester Tozan goed gekend en veelvuldig gebruikt werd) voor de Chinezen de constante evolutie van alles wat zich afspeelt “op de aarde en in de hemel” weergeeft.

Het is belangrijk om die dynamiek goed te onderkennen! Fase vijf is niet hét doel. Fase één is niet enkel aan beginnelingen besteed… Nogmaals: het is géén lineaire evolutie! Als beoefening voor ons is dat model interessant in ons leerproces van de zelfobservatie: detecteren in welke fase we ons bevinden en de (constante) veranderingen en variaties leren detecteren!

Het is dan ook weer niet nodig om zich hierop suf te piekeren en zich angstig af te vragen “in welke ‘goede’ fase bevind ik eigenlijk mij nu?” Er is geen ‘goede’ of ‘slechte’ fase! Wel integendeel! Het belangrijkste voor mij is dat dit “vijf fasen model” een krachtig middel om uit het dualistisch denken te treden dat ons zo sterk in de greep houdt. Dit helpt ons wijsheid én mededogen te ontwikkelen. Wat uiteindelijk de bedoeling van onze beoefening is. Zo gaan we onze situatie tegenover de anderen en ook tegenover onszelf voelen (zien) evolueren en voelen (zien) veranderen.

(Herwerkte tekst naar een teisho – Dharmatoespraak – in de dojo op 25 maart 2018)

Zie ook deel 1.


(1) Deze zijn:

Iching-hexagram-57het herhaald wind-trigram  (Het zachtmoedige, nr. 57),

 

 

Iching-hexagram-58het herhaald meer-trigram (Het blijmoedige, nr. 58),

 

 

Iching-hexagram-28het wind-meer hexamgram (Het Overwicht van het Grote, nr. 28)

 

 

Iching-hexagram-61het meer-wind hexagram (Innerlijke Waarheid, nr. 61)

 

 

Iching-hexagram-30en het herhaald vuur-trigram (Het Zich-Hechtende, nr. 30) .

 

 

Een volledige ontwikkeling van deze verwijzingen zou ons hier te ver voeren. Ik geef ze mee ter illustratie en vervollediging van Meester Tozan’s “vijf-fasen model”. Het is bovendien interessant te zien hoe de Oosterse culturen visuele symbolen gebruiken om complexe begrippen uit te beelden .

Wat is wijsheid voor een zenboeddhist? – deel 1

Wijsheid is een beoefening

Wijsheid is een beoefening. Dat beseffen we niet altijd. Wijsheid heeft niets te maken – toch niet in eerste instantie – met ons redeneervermogen. Veel mensen doen vaak die fout: “ja, dat is voor intellectuelen, dat is iets voor mensen die lezen, da’s niets voor mij…” Helemaal niet! We kunnen wijsheid ontwikkelen op alle niveaus van het leven. Van de meest eenvoudige dagelijkse handelingen: de dojo poetsen, het altaar, de afwas doen; tot de meest “verheven” taken zoals het bestuderen van soetra’s. Maar eigenlijk is er zelfs geen verschil tussen die taken! We hebben nog steeds die neiging daarin een verschil te maken. Ik nodig dus de mensen uit die zich enkel met praktische zaken bezighouden om eens sutra’s te bestuderen en omgekeerd, diegenen die zich vooral bezig houden met sutra’s en geschriften, om eens de dojo te komen poetsen!

Dat wijsheid een beoefening is, komt van de Boeddha. De twee eerste vertakkingen van het achtvoudige pad hebben betrekking op wijsheid: “het juist inzicht” en “de juiste besluitvorming”. De overige vertakkingen gaan over “ethiek” en “handelingen”.

In de Theravada-traditie betekent wijsheid: inzicht hebben in 1) de onbestendigheid, de veranderlijkheid van alle verschijnselen, 2) inzicht in dukha (onvolmaaktheid) en hoe het functioneert en 3) inzicht in niet-zelf. Voor ons, uit de Mahayanna traditie, geldt nog steeds hetzelfde. Het is niet omdat dit een Theravada-beoefening is, dat wij het niet zouden moeten beoefenen.

In de Mahayanna-traditie ligt de klemtoon vooral op het inzicht in de fundamentele leegheid zoals het verwoord is in de “Hannya Shingyo”. Zoals deze sutra het ons leert gaan wijsheid en mededogen hand in hand: prajna en karuna zijn twee aspecten van een zelfde beoefening. Het is dus niet enkel wijsheid voor de wijsheid – om de slimmerik uit te hangen en “alles te kennen” – het is dus een middel om beter in interactie te kunnen komen met de anderen en met de wereld. Op voorwaarde van een “bewuste” beoefening!

Leren zien

Wijsheid gaat niet om redeneren. De eerste stap op de weg van de wijsheid is: de dingen zien zoals ze zijn. En zazen helpt ons hierin. De geest van zazen is enerzijds geconcentreerd op de houding/ademhaling maar tegelijkertijd is hij ook helemaal open op de wereld en op onszelf daarin. Het is de observatie van alle verschijnselen die optreden waarbij we niet meer afhankelijk zijn van ons ego met zijn voorkeur- en afkeergewoontes. Eigenlijk begint wijsheid met het loslaten van alles wat we kennen of denken te kennen!

Ik wil dus jullie motiveren om wijsheid actief te beoefenen. Ik voel in onze sangha soms een tekort aan wijsheid – en ik reken mij hierbij aan. We horen vaak: “ga maar zazen zitten en het lost zichzelf wel op”. Maar zo werkt het niet! Zazen zitten alleen zal de dingen niet voor ons oplossen. Waarom? Misschien komt er wel een oplossing – maar we zien ze niet! Zazen helpt om een heldere geest te hebben en de zaken beter te zien. Maar toch zien de meeste mensen hetgeen hen aangereikt wordt niet. Dat is zo spijtig. Het is een gemiste kans.

Een stem uit het niets

Ontwikkel dus aandacht voor je intuitie. Hoe kun je weten dat jouw intuitie spreekt en niet de stem van je ego? De intuitie verschijnt uit het niets. De stem van het ego is altijd het gevolg van een impuls of een emotie: het is in ieder geval een tegenreactie. Als je dat detecteert, weet dan dat je ego actief is. Waarmee ik ook niet wil zeggen dat je je ego moet onderdrukken. Je moet je ego de nodige ruimte geven om “normaal” te kunnen functioneren. Maar ook niet méér dan dat: de hele scène moet niet in beslag worden genomen door het ego.

Wees dus waakzaam voor je intuitie, laat zazen tot je spreken en ontwikkel van hieruit wijsheid in alle aspecten van je leven!

(Herwerkte tekst naar een teisho – Dharmatoespraak – in de dojo op 25 maart 2018)

Zie ook deel 2

Over het ritueel

Ik wil het hebben over het ritueel. Zelfs voor de gevorderde beoefenaars is dat een aspect dat niet altijd goed begrepen wordt.

Zoals je ziet lopen we in de dojo rond in vreemde kleren: kimono, kolomo, de kesa of de rakusu. Het oogt allemaal een beetje clownesk… maar dat kan op het eerste zicht choqueren en mensen stellen zich hierbij vragen. We zien ook een altaar met een boeddhabeeld in het midden van de ruimte. Er worden er ook offerandes gebracht: wierook, water, voedsel soms… Vandaag is onze Westerse geest niet meer afgestemd op dat soort rituelen en zijn sommige nieuwelingen in de war als ze hiermee worden geconfronteerd.

Doch heeft het ritueel in se niets te maken met kledij of met een altaar of met offerandes. Daarin ligt de essentie van het ritueel niet. Het ritueel ontstaat op het moment waarop je “uit je dagelijks leven” stapt om iets anders te doen dat helemaal niet meer in de logica van het dagelijks leven past. Het zijn gebaren en handelingen die helemaal gratuit zijn. Vanuit praktische zin heeft het ritueel zelfs geen nut. Het brengt letterlijk niets op.

Voor mij is in zazen zitten op zich al een ritueel. Heel eenvoudig een zafu nemen, met gekruiste benen gaan zitten, de handen in de schoot, met een rechte rug en zijn geest concentreren is al een ritueel.

Mens worden in zijn totaliteit

In het dagelijks leven proberen we altijd er het beste van te maken. Dat is een natuurlijk gegeven. Meestal laten we ons van onze best mogelijke kant zien. We laten ons ook leiden door onze voorkeur of ons afkeer, onze verlangens en de gewoontes die we ontwikkeld hebben om onze gestelde doelen te bereiken. Hiervoor hebben we zelfs ingewikkelde strategieën bedacht. In zazen is dat allemaal niet nodig! Zazen behoort niet tot de logica van ons ego. Aan de mensen die hier komen, vragen we niet: “wie zijt gij eigenlijk?”, “wat doe je zoal in het leven?” Je komt hier, je gaat zitten en je komt tot rust. Het doel van zazen is precies al de strategieën van het ego die ons eigenlijk belemmeren, los te laten. Dat is ontwaken, het is niets anders. Ontwaken is geen science fiction; ‘t is geen “Startrek” of zo. Je ziet geen lichten en je hoort geen stemmen. Zazen is werkelijk mens zijn in zijn meest volledige dimensie!

Dat is in essentie het ritueel: buiten de dagelijks gang van zaken stappen om een andere dimensie van ons mens-zijn te verkennen.

De handen in zazen drukken dat trouwens uit, dat is niet zomaar een symbool. Ze zijn open en ze omvatten alles, ze ontvangen alles. De handen in meditatie stoppen met de dingen te willen pakken of de dingen te willen afstoten. Het “centrum” van ons wezen bevindt zich dààr: de handen omvatten onszelf helemaal. In zazen wordt je met jezelf door jezelf ontvangen. Door je eigen boeddhanatuur. En het is wonderbaarlijk! Je komt geen zazen doen om de verantwoordelijke godo of de assistenten te plezieren; zelfs niet voor de anderen. Je doet zazen om helemaal jezelf te zijn voorbij je eigen ego in je meest volmaakte dimensie. En men zal hierop niet staan kijken of hierover oordelen. Je hebt werkelijk niets te bewijzen. Dat is het ritueel. Dat maakt het mogelijk. Mens worden in zijn totaliteit.

Aandacht voor details

We hechten in onze school veel aandacht aan kleine details. Bij voorbeeld aan de ingang van de dojo bevindt zich een balk waarover men moet stappen. Dat maakt het onderscheid tussen de buitenwereld – het dagelijks leven – en wat we hier doen: het ritueel, de zazen. Dat is dat. We stappen met onze linkervoet daarover. Op sommige plaatsen zijn die balken werkelijk heel hoog, zo’n dertig centimeters. Dat is niet zomaar een detail: als je niet oplet, struikel je. Met aandacht over de balk de dojo binnenstappen is werkelijk het wezen van onze beoefening. Het is uit ons comfortzone stappen en iets anders doen dan wat we in het leven gewoonlijk doen.

Ook het gebaar “gassho” behoort tot het ritueel. De beiden handpalmen tegen elkaar: de ene hand vertegenwoordigt “boeddha”, de andere “ik”. In gassho is er éénheid. In het gassho gebaar is de geest reeds verandert! Het is voorbij alle tegenstellingen gaan. Daarom buigen we: omdat we voorbij zijn. We buigen niet voor het boeddhabeeld op het altaar! Wanneer je gassho doet, is dat een gebaar ten opzicht van jezelf wanneer je voorbij alle tegenstellingen die het ego in het leven roept, gestapt bent!

Voor we in zazen gaan zitten, groeten we in gassho onze plaats, onze zafu. Niet omdat die dingen “heilig” zouden zijn. Het is gewoon een kussen. We dragen er zorg voor en we drukken ten opzichte van onszelf héél ons respect uit voor onze eigen beoefening. Op die plaats ontwaken we, worden we helemaal mens in zijn hoogste vorm. Dat is het ritueel.

Vorm is inhoud

Dat is trouwens iets typisch Oosters. In het Westen zijn we dat een beetje verloren: de aandacht voor de vorm. Vorm is inhoud. Kunstenaars kennen dat nog. Maar de meeste mensen zijn dat vergeten. Als we aandacht hebben voor de vorm hebben we aandacht voor de inhoud. Ga eender welk snoepwinkel in Japan binnen en je zult bij de afhandeling van je inkopen je kassaticket overhandigd krijgen door de kassierster op een klein plateau en met een diepe buiging. En dat doet ze met elke klant. En ze zal dat doen met heel haar hart. In het Westen krijg je van de kassierster te horen: “ticketje nodig?” terwijl ze met een nonchalant gebaar al op het punt staat het weg te gooien… Dat is héél het verschil.

Dat is het ritueel van onze beoefening. Dat is niet iets dat van “buiten” opgelegd wordt op een artificiële manier, dat is de essentie zelf van wat we doen. Dat moet je proberen aan te voelen. In het begin is dat een beetje lastig: je komt letterlijk uit je comfortzone. Hier over die balk stappen is eigenlijk “gevaarlijk”. Dat is wennen. Maar je bent hier veilig. We accepteren iedereen die hier binnenkomt. We vragen je niet je te verantwoorden: wie zijt ge? hoeveel verdien je? Dat is allemaal onbelangrijk. Je bent hier letterlijk volledig jezelf samen met alle anderen. Dat is het wonderbaarlijk. Dat is waar het om gaat in onze beoefening.

Wat is het nut van een meditatieweekend ?

Er bestaan veel misverstanden omtrent onze beoefening. Met onderstaande lijst doen we een poging die misverstanden uit de wereld te helpen. Dit is het tweede deel van een artikel. Deel 1 bevindt zich hier.

10 goede redenen om een sesshin te volgen (deel 2)

6. Zichzelf ontmoeten

Door onze ego-gerichte gewoontes leven wij meestal naast onszelf. Door de drukte van alle activiteiten verliezen we onze meest fundamenteel behoefte uit het oog: in harmonie treden met zichzelf. “Sesshin” betekent “zijn eigen geest raken”.

7. Waakzaamheid ontwikkelen

Zen betekent “concentratie”. Zich concentreren op één ding tegelijkertijd. Niet multitasken! Tijdens een sesshin leer je met geduld zich op één handeling per keer te concentreren en hiermee waakzaamheid te ontwikkelen. Voor zichzelf en ten aanzien van de anderen. De omgeving. Waakzaamheid is één van de poorten naar fundamenteel geluk.

8. Leren poetsen

Naast de meditatie is één van de kernactiviteiten van een sesshin, de samu. Dit zijn alle dagelijkse karweien die nodig zijn zoals koken, poetsen. Iedereen kan die activiteiten aanleren. We hebben geen specialisten nodig. In de samu kanaliseert men de energie die men verkgrijgt tijdens de meditatie in de juiste richting. Eénmaal volbracht geeft samu een grote voldoening. In de kunst van de samu ligt ook de essentie van het werk vervat.

9. Soetra’s chanten en bestuderen

Een sesshin is de gelegenheid om in contact te komen met de oude soetra’s (leerredes) van Boeddha en van de traditie. ’s Morgens na de eerste zazen reciteren we enkele van deze soetra’s. Het chanten van soetra’s is één van de kernactiviteiten van monniken en nonnen in tempels en kloosters. Ook in dit ritueel gebeuren kan men een groot bevrijding ervaren. De poëzie van deze eeuwenoude teksten (sommigen meer dan 1500 jaar oud) resoneert in ons en verwerkelijkt zich opnieuw, verandert beetje per beetje onze ego gerichte zienswijze.

10. De weg van de bevrijding beoefenen

Om te mediteren trokken Boeddha en zijn leerlingen een speciaal kleed aan: de kesa. Tijdens een sesshin concentreren we ons ook op het naaien van de kesa en van de rakusu (mini-kesa). Ook hier kan iedereen hieraan deelnemen. De kesa drukt de transformatie (van zazen) uit.

Gemaakt uit stukken stoffen die niet meer bruikbaar zijn, worden ze volgens een patroon van rijstvelden aan elkaar genaaid door middel van kleine puntjes (rijstkorrels). De kesa naaien is een grote concentratie-oefening: lichaamshouding en ademhaling zijn ook hier belangrijk.

Op die manier drukt de kesa de hoogste dimensie uit van het menselijk leven: ontwaken. Op het einde van elke ochtend zazen reciteren we samen de kesa-soetra. Daarin wordt de kesa omschreven als: kleed van de grote bevrijding, veld van onbegrensd geluk”.

Meditatieweekend van 20 tot 22 mei in Rosario: Meer info

(credit foto: Olesya Kushnarenko)

Waarom zou je aan een meditatieweekend deelnemen ?

Veel mensen herleiden een sesshin (meditatieweekend) tot intensieve meditatie, uren aan een stuk door. Tijdens een sesshin organiseren we  vier zazensessies per dag. Maar hiermee betekent een sesshin nog niet “enkel zitten op een zafu” en alle eventuele ongemakken die hieraan gebonden zijn.

Zie ook: deel 2 – wat is het nut van een meditatieweekend?

10 goede redenen om een sesshin te volgen (deel 1)

1. Rust nemen

Wanneer heb je je laatste weekend van rust genoten ? Werkelijk rust. Niet de rust van de hobbies en vrijetijdsactiviteiten die bij de meesten ook stressvol zijn? Anderzijds is het ritme van een sesshin ook niet “een zee van tijd” waarin we niets zouden doen.

Een dag uit een sesshin is goed gevuld.
Een sesshin is tijd nemen om het voorbijgaan van tijd op aandachtsvolle manier te proeven. Het is niet: door de omstandigheden geleefd te worden. Het is elk moment bewust beleven, ook de “drukke” momenten, en stabiel de rust in alle activiteiten beoefenen.

2. Zazen is meer dan rust

Mediteren, zazen (zitmeditatie) is veel meer dan rust alleen. Zazen, zegt Meester Dogen, is zich ontdoen van “lichaam-en-geest”. Het betekent afstand nemen van onze gewoontes waarin we maar al te vaak vastzitten. Het is andere gewoontes volgen en ontwikkelen. Hierbij spelen alle rituelen die de belangrijkste activiteiten van de dag omkaderen een fundamentele rol.

3. Mediteren is wijsheid ontwikkelen

We zoeken maar al te vaak wijsheid bij anderen. In hun woorden. Hun opinies. In boeken, tijdschriften, commentaarstukken van kranten, in duidingsprogramma van televisiezenders. Zazen beoefenen is kennismaken met het onderricht van Boeddha dat in de eerste plaats naar onszelf verwijst. Naar ons eigen, naturlijk, vermogen wijsheid te ontwikkelen. Vanuit zazen.

4. De ontmoeting met de Sangha: mededogen ontwikkelen

Zazen beoefen je niet alleen. De groep van beoefenaars is de sangha. Een sesshin volgen betekent dan ook (nieuwe) mensen ontmoeten. Met hen alle dagelijkse activiteiten van het leven delen. De contouren van ons ego worden hiermee minder scherp. Het verschil tussen mezelf en de andere vervaagt, men herkent zich in de anderen en de anderen herkennen zich in mezelf. Hiermee wordt de natuurlijke neiging die tot mededogen in ieder sluimert, versterkt.

5. Het onderricht van Boeddha volgen

Een sesshin volgen is helemaal in contact komen met het onderricht van Boeddha. Hoe leven? Hoe bewegen? Hoe praten? Hoe aandachtsvol zijn? Het onderricht van Boeddha drukt zich niet alleen uit tijdens de kusen, het mondelinge onderricht tijdens zazen, maar verschijnt in alle fenomenen van de dag (dharma’s). Het dharma van Boeddha is geen abstracte filosofie maar een concrete handleiding, tastbaar en “gaat door merg en been” voor wie zich hiervoor openstelt.

6. Zichzelf ontmoeten

Door onze ego-gerichte gewoontes leven wij meestal naast onszelf. Door de drukte van alle activiteiten verliezen we onze meest fundamenteel behoefte uit het oog: in harmonie treden met zichzelf. “Sesshin” betekent “zijn eigen geest raken”.

7. Waakzaamheid ontwikkelen

Zen betekent “concentratie”. Zich concentreren op één ding tegelijkertijd. Niet multitasken! Tijdens een sesshin leer je met geduld zich op één handeling per keer te concentreren en hiermee waakzaamheid te ontwikkelen. Voor zichzelf en ten aanzien van de anderen. De omgeving. Waakzaamheid is één van de poorten naar fundamenteel geluk.

8. Leren poetsen

Naast de meditatie is één van de kernactiviteiten van een sesshin, de samu. Dit zijn alle dagelijkse karweien die nodig zijn zoals koken, poetsen. Iedereen kan die activiteiten aanleren. We hebben geen specialisten nodig. In de samu kanaliseert men de energie die men verkgrijgt tijdens de meditatie in de juiste richting. Eénmaal volbracht geeft samu een grote voldoening. In de kunst van de samu ligt ook de essentie van het werk vervat.

9. Soetra’s chanten en bestuderen

Een sesshin is de gelegenheid om in contact te komen met de oude soetra’s (leerredes) van Boeddha en van de traditie. ’s Morgens na de eerste zazen reciteren we enkele van deze soetra’s. Het chanten van soetra’s is één van de kernactiviteiten van monniken en nonnen in tempels en kloosters. Ook in dit ritueel gebeuren kan men een groot bevrijding ervaren. De poëzie van deze eeuwenoude teksten (sommigen meer dan 1500 jaar oud) resoneert in ons en verwerkelijkt zich opnieuw, verandert beetje per beetje onze ego gerichte zienswijze.

10. De weg van de bevrijding beoefenen

Om te mediteren trokken Boeddha en zijn leerlingen een speciaal kleed aan: de kesa. Tijdens een sesshin concentreren we ons ook op het naaien van de kesa en van de rakusu (mini-kesa). Ook hier kan iedereen hieraan deelnemen. De kesa drukt de transformatie (van zazen) uit.

Gemaakt uit stukken stoffen die niet meer bruikbaar zijn, worden ze volgens een patroon van rijstvelden aan elkaar genaaid door middel van kleine puntjes (rijstkorrels). De kesa naaien is een grote concentratie-oefening: lichaamshouding en ademhaling zijn ook hier belangrijk.

Op die manier drukt de kesa de hoogste dimensie uit van het menselijk leven: ontwaken. Op het einde van elke ochtend zazen reciteren we samen de kesa-soetra. Daarin wordt de kesa omschreven als: kleed van de grote bevrijding, veld van onbegrensd geluk”.