Waarom buigen we?

Eén van de eerste dingen die een nieuwe bezoeker aan ons centrum opvalt zijn de vele buigingen die we uitvoeren – een gebaar dat wij gassho noemen: al dan niet met de handpalmen tegen elkaar gedrukt, hellen we met heel het bovenlichaam voorover. Velen ervaren dit gebaar als bevreemdend en niet tot onze cultuur behorend. Lees verder Waarom buigen we?

Welke zen voor onze hedendaagse wereld?

Welke vorm moet zen in het Westen krijgen anno 2014? De vraag is meer dan ooit levendig in onze sangha en is het onderwerp van veel gesprekken tussen de beoefenaars. De vraag is belangrijk omdat het om het wezen zelf gaat van de overdracht van de Dharma (de leer van Boeddha), zijn implementatie en overleefkansen in het Westen. Welke zijn de meest gunstige voorwaarden om die leer bij de mensen van vandaag te brengen?

De beoefening van Boeddha

De leer van Boeddha is in de eerste plaats een beoefening. Aan de basis hiervan ligt de meditatie, in onze school zazen genaamd.  Vanuit de inzichten die zazen brengt, ontwikkelt de Dharma zich in alle aspecten van het dagelijks leven: hoe gaan en staan? Hoe te handelen? Hoe te reageren? Wat te zeggen? Wat te denken? Fundamenteel gaat het bij dit alles over de grondvraag van Boeddha: hoe een oplossing te brengen aan de existentiële onvoldaanheid (“dukkha” in het Sanskriet) die iedereen op de één of andere manier ervaart. Hoe, vanuit de inzichten van het ontwaken van zazen, een beter ontwaakte, bewustere leven leiden? Hoe de geest verlichten? Ook letterlijk: lichter maken.

Is het voldoende om enkel de beoefening van zazen aan de mensen te demonstreren en in onze dojo de mogelijkheid te bieden deze te beoefenen? Moet er meer zijn? Of minder? Of moet zazen anders worden gedemonstreerd? Anders worden beoefend? Meer aangepast aan onze Westerse cultuur? Aan onze, door de ratio overheerste, leefgewoontes?

Onze roots

Waar liggen onze wortels?

In onze dojo beoefenen we zazen op de manier waarop de Japanse Meester Taisen Deshimaru die traditie in Europa (Frankrijk) eind jaren zestig van de vorige eeuw heeft geïntroduceerd. Mijn leraar, Roland Yuno Rech is een tiental jaren discipel geweest van Deshimaru. Bij diens dood, in 1984, ontving hij Dharma-overdracht van Zuigaku Rempō Niwa Zenji, toen deze hoofd was van de Eihei-Ji tempel in Japan. Begin jaren 2000 heeft Roland Rech samen met andere discipelen van Deshimaru een nauwere aansluiting gezocht bij de Soto Zen school in Japan met als bedoeling de overdracht van Zen in het Westen betere garanties te bieden.

Onze wortels hebben dus een onmiskenbaar Japans karakter.

Is hiermee alles gezegd? Verre van. We zijn geen Japanners! En we leven niet in kloostergemeenschappen – al beginnen die in Europa hier en daar wel degelijk te bestaan. De meeste leden van onze dojo hebben een familieleven, een job, talrijke professionele verplichtingen, hobbys en vrijetijd activiteiten. Welke vorm vinden die de waarden van de zentraditie verbindt met onze hedendaagse leefwereld?

De voorbereidingen voor de reis

Mensen die naar onze dojo komen schrikken soms van al de verplichtingen die de meditatie omkaderen: hoe je moet binnenstappen in de dojo, hoe je de houding moet aannemen. De meeste beoefenaars dragen een zwarte kimono. Anderen zelfs de traditionele rakusu of de kesa die ze blijkbaar vereren door die op het hoofd te zetten met gevouwen handen… En dan zijn er de rituelen, de buigingen, de soetra’s die gezongen worden in het Chinees of Japans… Eén ding is een beginneling duidelijk: in een dojo doet men zijn goesting niet. Er is een vorm waaraan men zich blijkbaar moet houden.

Mijn overtuiging is dat je een spirituele weg maar kunt bewandelen, indien je goed voorbereid bent. Net als de reiziger zich op zijn trektocht voorbereidt met gepaste kledij, laarzen, gerief, kompas en stafkaarten; zo bereid de zen beoefenaar zich om optimaal de beoefening te verkennen door naar een geschikte plaats te komen (de dojo) en onder leiding van gevorderde beoefenaars zazen te beoefenen.

De vorm die we in onze dojo beoefenen is een juist evenwicht tussen meditatie en rituelen, tussen stilte en gezangen, tussen bewegingsloosheid en activiteit. Ze is het beste wat we, vanuit de Japanse traditie, kunnen bieden. Deze hele omkadering  biedt de mogelijkheid van de Dharma van boeddha te proeven onder de vorm van zen. Die vorm is natuurlijk geen waterdichte garantie dat de reis goed zal verlopen, maar ze biedt de meeste kansen tot een geslaagde onderneming.

Maar de uiteindelijk “proef op de som” zal ieder beoefenaar apart moeten maken. Enkel vanuit zijn/haar eigen ervaring van deze beoefening, zal hij/zij erin slagen om die waarden van de leer van Boeddha die hij daar tegenkomt in zijn/haar eigen leven te laten doordringen.

En er een nieuwe vorm, een nieuwe uitdrukking aan te geven.

(wordt vervolgd)